Woordenlijst
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z



Aanzegging
Onder aanzegging verstaan wij hier de opdracht van De Nederlandsche Bank aan het bestuur van een pensioenfonds om het beleid of de uitvoering van het beleid van het pensioenfonds aan te passen aan de wettelijke regels.

* Onder aanzegging verstaan wij hier de opdracht van De Nederlandsche Bank aan het bestuur van een pensioenfonds om het beleid of de uitvoering van het beleid van het pensioenfonds aan te passen aan de wettelijke regels.

Het is een instrument van De Nederlandsche Bank om naleving van de Pensioenwet bij pensioenfondsen af te kunnen dwingen.
 
Actuarieel Genootschap (AG)
Het Actuarieel Genootschap (AG) is de Nederlandse beroepsvereniging van actuarissen.

*Het Actuarieel Genootschap is een vereniging die gedragsregels heeft opgesteld, waaraan de leden zich dienen te houden, teneinde het aanzien en de waardigheid van het beroep actuaris hoog te houden. Het Actuarieel Genootschap stelt zich de bestudering en ontwikkeling van de actuariële wetenschappen ten doel.
 
Actuariële grondslagen
Actuariële grondslagen zijn grondslagen die een actuaris gebruikt bij zijn berekeningen.

*Zo zal een actuaris van een pensioenfonds actuariële grondslagen gebruiken bij de vaststelling van de pensioenverplichtingen en de pensioenpremie. Deze veronderstellingen hebben onder meer betrekking op de gehanteerde rekenrente, de kansstelsels en de kostenopslagen.
 
Actuariële methoden
Actuariële methoden zijn methoden om met behulp van actuariële grondslagen de contante waarde van een reeks toekomstige uitkeringen of bijdragen te berekenen.

*Methoden om pensioenbijdragen vast te stellen zijn onder andere: premiesysteem, koopsomsysteem, inhaalpremiesysteem, inhaal-koopsomsysteem en het dynamische premiesysteem.
 
Actuariële oprenting
Onder actuariële oprenting verstaan wij hier het actuarieel verhogen van een pensioenaanspraak op ouderdomspensioen bij uitstel van de ingangsdatum van dat pensioen.
 
*Door uitstel van de ingangsdatum wordt de verwachte uitkeringsperiode verkort waardoor, rekening houdend met de kans op sterfte en een interesttoevoeging in de uitstel periode, de contante waarde van de aanspraak op ouderdomspensioen hoger wordt

Actuaris
Een actuaris is iemand die inschattingen doet over de kans dat bepaalde risico's zich in de toekomst voor zullen doen.

*Vooral bij verzekeringen en pensioenen is het werk van een actuaris essentieel. Aan de hand van allerlei statistische data en verwachtingen, worden de risico's bepaald. De verwachtingen van de actuaris worden ook meegenomen bij het bepalen van verzekeringspremies en pensioenpremies.
 
Actuaris AG
Een actuaris AG is een actuaris die lid is van het actuarieel genootschap.
 
Affinanciering
Affinanciering is de naam van een financieringssysteem waarbij alle pensioenaanspraken op het moment van toezeggen direct worden ingekocht.

*Om dit te bereiken wordt bij een verhoging van de pensioengrondslag - bijvoorbeeld bij een salarisverhoging bij een eindloonregeling - ook meteen de backserviceverplichting volledig gefinancierd. Een consequentie hiervan is dat de pensioenlasten schoksgewijs kunnen stijgen en dalen.

Afgeleide producten
Afgeleide producten zijn producten waarvan de waarde ontwikkeling afhangt van een andere vermogenstitel.
 
*Zo hangt de waarde van een aandelenoptie af van de waarde ontwikkeling van het onderliggende aandeel. Andere voorbeelden van afgeleide producten zijn futures, warrants en turbo's.

Afkoopwaarde levensverzekering
De afkoopwaarde is het bedrag dat wordt uitgekeerd bij voortijdige beëindiging van een levensverzekering.
 
*De afkoopwaarde is afhankelijk van de op dat moment opgebouwde waarde van de polis. De waarde wordt bepaald door de periodieke inleg, het rendement dat op deze inleg is behaald én de kosten die in rekening zijn gebracht. Meestal worden bij voortijdige afkoop aanzienlijke kosten in rekening gebracht. Het afkopen van een levensverzekering is daarom vaak niet gunstig.

Alleen gemengde verzekeringen (ook wel hypotheekverzekeringen genoemd) hebben een afkoopwaarde. Voor een losse overlijdensrisicoverzekering geldt dat er geen vermogen in de verzekering opgebouwd wordt. Op het moment dat de levensverzekering gekoppeld is aan een hypotheek, wordt de afkoopwaarde soms gebruikt om een deel van de hypotheek af te lossen.

Afkoopwaarde pensioen
De afkoopwaarde van een pensioen is de contante waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken.

*Binnen de pensioenwereld geldt dat volgens de Pensioenwet in vrijwel alle gevallen het afkopen van een pensioen(verzekering) verboden is. Dit ter bescherming van de pensioengerechtigde. Bij zeer kleine pensioenen, wanneer minder dan 1 jaar aan een pensioenregeling is deelgenomen en bij waardeoverdracht is afkoop wel toegestaan.
 
AG-tafels
AG-tafels zijn sterftetafels die aangepast zijn door een Actuaris AG.
 
*Jaarlijks publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) sterftetafels die zijn gebaseerd op waarnemingen van sterfte in de bevolking. Deze sterftetafels zijn nog niet geschikt voor gebruik door actuarissen: het verloop van de sterftekansen is nog te grillig en bepaalde belangrijke wetmatigheden zijn nog niet opgenomen. Om die sterftetafels geschikt te maken voor actuarieel gebruik worden ze aangepast door het Actuarieel Genootschap. Deze aangepaste tafels krijgen de naam 'AG-tafels'.

Aibor
Aibor was de voorloper van Euribor.

*Aibor was tot 1 januari 1999 de rente waartegen een aantal banken elkaar afrekenden.
 
Algemene Nabestaandenwet
De Algemene Nabestaandenwet is een algemene basis voorziening voor weduwen, weduwnaars, partners en wezen van de staat.

Algemene Ouderdomswet
Het is een volksverzekering, die voor alle ingezetenen van Nederland geldt. De AOW voorziet in uitkeringen bij ouderdom. De uitkeringen gaan in op de eerste dag van de maand waarin de verzekerde 65 jaar wordt. De hoogte van de uitkeringen is niet afhankelijk van het loon dat gedurende een eventuele loopbaan is verdiend, maar is afhankelijk van de burgerlijke staat en de gezinssituatie waarin de verzekerde verkeert.

Algemene Weduwen- en Wezenwet
De Algemene Weduwen- en Wezenwet is per 1 juli 1996 vervangen door de Anw.
 
Amsterdam Midkap Index
Amsterdam Midkap Index (AMX) is de naam van de aandelenindex van de Amsterdamse effectenbeurs die de middelgrote aandelen vertegenwoordigd.
 
*De 25 meest verhandelde ondernemingen zijn vertegenwoordigd in de AEX index. De Midkap Index bestaat uit de nr 26 tot en met 50. De samenstelling van deze indices wordt ieder jaar opnieuw bepaald.

AMX
AMX is de afkorting van de Amsterdam Midkap Index. Dit is de naam van de aandelenindex van de Amsterdamse effectenbeurs die de middelgrote aandelen vertegenwoordigd.
 
ANW
Afkorting van de Algemene Nabestaandenwet

ANW-hiaat
Het ANW-hiaat is het verschil tussen de nabestaandenuitkering volgens de inmiddels vervallen Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW) en de uitkering die uw partner nu krijgt volgens de ANW.
 
AOW
Afkorting voor de Algemene Ouderdomswet.
 
AOW-franchise
Het op te bouwen ouderdomspensioen bestaat deels uit AOW. Bij de pensioenopbouw wordt hier rekening mee gehouden. De AOW-franchise is een vast bedrag dat van het pensioengevend salaris wordt afgetrokken.
De hoogte van dit franchise bedrag kan per pensioenregeling verschillen.
 
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Arbeidsongeschiktheidspensioen is het onderdeel van het pensioen dat voorziet in uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid.

*Vaak dient het arbeidsongeschiktheidspensioen als aanvulling op de uitkeringen krachtens de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Arbeidsongeschiktheidspensioen eindigt uiterlijk op de pensioenleeftijd.
 
Aspirant-deelnemer pensioenregeling
Werknemer die nog niet de vereiste leeftijd heeft bereikt om deel te mogen nemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever.
 
AWW
Afkorting voor de Algemene Weduwen- en Wezenwet. De AWW is per 1 juli 1996 vervangen door de ANW.



Backservice
Backservice is de premie die betaald moet worden om bij een verhoging van het salaris de pensioenaanspraken over de achterliggende jaren aan te passen.

*Backservice komt met name voor in (gematigde) eindloonregelingen. Vooral bij sterke salarisverhogingen kunnen backserviceverplichtingen de werkgever heel veel geld kosten
 
Backserviceverplichtingen
Backserviceverplichtingen is een term voor verplichting van de werkgever voor het affinancieren van de ontstaande backservice.
 
Bankbrief
Een bankbrief is een door een bank uitgegeven obligatie.
 
Basispunt
Een basispunt is één honderdste procentpunt (= 0,01%).
 
*De term basispunt wordt met name in de obligatiemarkt gebruikt. Het is de kleinste verandering bij de notering van een obligatierendement. Als het rendement van een obligatie bijvoorbeeld van 6% naar 6,1% stijgt, dan neemt het rendement toe met 10 basispunten. Bij andere producten als bijvoorbeeld hypotheken wordt deze term ook wel gebruikt (de hypotheekrente wordt verhoogt met 15 basispunten van 5% naar 5,15%).

Bedrijfspensioenfonds
Een bedrijfspensioenfonds is een pensioenfonds dat door een onderneming opgericht is.

*Voor ieder pensioenfonds geldt dat deze moet voldoen aan een groot aantal regels zoals beschreven in de Pensioenwet. Gezien de opstart- en jaarlijkse kosten van een pensioenfonds, is een bedrijfspensioenfonds alleen interessant voor grote ondernemingen.

Een bedrijfspensioenfonds wordt ook wel ondernemingspensioenfonds genoemd.
 
Begunstiging
Begunstiging is het aanwijzen van een gerechtigde op toekomstige uitkeringen van een pensioen of een levensverzekering.
 
Beheerkosten
Beheerkosten zijn de kosten die periodiek door een vermogensbeheerder (dat kan ook een fondsbeheerder van een beleggingsfonds zijn) onttrokken worden uit het belegde vermogen.

*Dankzij deze beheerkosten, neemt het belegde vermogen uiteraard af. Beheerkosten komen dus indirect ten laste van de belegger. Naast beheerkosten kunnen er instap- en/of uitstapkosten berekend worden. Voordat u een keuze maakt voor een vermogensbeheerder of een beleggingsfonds, adviseren wij u de kostenstructuur goed te bekijken. Dit geldt ook als u een pensioenverzekering, hypotheekverzekering, gouden handdruk verzekering of een andere beleggingsverzekering af gaat sluiten. Binnen dat soort verzekeringen wordt vaak (een deel van) het vermogen belegd in beleggingsfondsen. De kosten binnen dit soort verzekering kunnen het (mogelijke) rendement heel sterk beïnvloeden.
 
Beleggingsfonds
Een beleggingsfonds is een collectief beheerd vermogen van meerdere deelnemers wat wordt belegd in effecten met als doel een positief rendement te behalen.

*Beleggingsfondsen kunnen heel breed of heel nauw gericht zijn (alleen op een bepaalde economische sector). De risicograden kunnen eveneens heel verschillend zijn. Er bestaan open end beleggingsfondsen en closed end beleggingsfondsen. Aandelen van beleggingsfondsen zijn veelal verhandelbaar op een effectenbeurs.

Het beleggen in beleggingsfondsen is heel populair onder (particuliere) beleggers. Vaak wordt direct in deze beleggingsfondsen belegd, maar beleggingsfondsen worden ook vaak gebruikt in andere financiële producten zoals beleggingshypotheken of beleggingsverzekeringen

Beleggingsverzekering
Een beleggingsverzekering is een verzamelnaam voor verzekeringen waarbinnen (een deel van) de verzekeringspremie belegd wordt.

*Vaak wordt belegd in beleggingsfondsen. Bekende voorbeelden van beleggingsverzekeringen zijn hypotheekverzekeringen, pensioenverzekeringen, gouden handdruk verzekeringen en lijfrenteverzekeringen. Bij de keuze van een beleggingsverzekering, is het altijd heel belangrijk om de kosten goed in de gaten te houden. De kosten die verwerkt zitten in een beleggingsverzekering kunnen vrij fors zijn waardoor het rendement kan tegenvallen.
 
Beroepsarbeidsongeschiktheid
Beroepsarbeidsongeschiktheid betekent dat bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid het eigen (verzekerde) beroep bepalend is.

*Als u bijvoorbeeld accountant bent en u gekozen heeft voor een verzekering op basis van beroepsarbeidsongeschiktheid, dan kunt u niet verplicht worden uw (rest)capaciteiten te benutten voor een andere functie.

Bij het beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering (arbeidsongeschiktheidsverzekering) en zo ja, voor welk bedrag, kan beroepsarbeidsongeschiktheid het criterium zijn waar naar gekeken wordt. Alternatieve criteria zijn gangbare arbeid en passende arbeid.
 
Beroepspensioenfonds
Een beroepspensioenfonds is een pensioenfonds dat opgericht is voor beoefenaren van een bepaald beroep, zoals notarissen en medisch specialisten.

*Als een beroepspensioenfonds aanwezig is, zijn alle beroepsgenoten normaal gesproken verplicht om zich bij dat pensioenfonds aan te sluiten. Het is ook mogelijk dat er geen beroepspensioenfonds is opgericht, maar dat er een rechtspersoon in het leven is geroepen, die er op toeziet dat beroepsgenoten een bepaalde basispensioenregeling voor zichzelf treffen bij een verzekeringsmaatschappij.
 
Beschikbaar premiestelsel
Een beschikbaar premiestelsel is een ander woord voor een beschikbare premieregeling.
 
Beschikbare premieregeling
Bij de beschikbare premieregeling (ook wel beschikbaar premiestelsel genoemd) stelt de werkgever zijn werknemers per jaar een vooraf bepaald percentage van het jaarsalaris of de pensioengrondslag beschikbaar ten behoeve van de pensioenopbouw.
 
Beurs
Een centrale, gereguleerde handelsplaats.

*Op een beurs komen vraag en aanbod bij elkaar. In Nederland is de effectenbeurs in handen van Euronext N.V.
 
Beursindex
Een beursindex is een gewogen gemiddelde van een aantal effecten dat verhandelbaar is op die beurs.

*Een beursindex wordt gezien als een graadmeter van die beurs. De belangrijkste graadmeter voor de Nederlandse aandelenmarkt is de AEX-index. Deze bestaat uit de 25 grootste aandelenfondsen van de Amsterdamse beurs. Er bestaan ook aandelenindices waarin aandelen uit verschillende landen zitten (bijv. de Eurostoxx).
 
Bijzonder weduwen- en weduwnaarspensioen
Indien het huwelijk of geregistreerd partnerschap van een (gewezen) deelnemer aan een pensioenregeling eindigt, ontvangt de gewezen echtgenoot of partner een premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen. Zo'n pensioenaanspraak wordt in de praktijk meestal aangeduid met de term bijzonder weduwen- of weduwnaarspensioen.

B-polis
Een B-polis is een pensioenverzekering waarbij de werkgever degene is die de verzekering afsluit (verzekeringnemer) en de werknemer de begunstigde is.

*De werknemer, die is verbonden aan de onderneming van de werkgever, is de verzekerde. Een B-polis dient afgesloten te worden bij een wettelijk toegelaten levensverzekeringsmaatschappij (artikel 2, vierde lid, sub B: vandaar de naam B-polis).
 
Bulletlening
Een bulletlening is een obligatielening die aan het einde van de looptijd in één keer wordt afgelost.



Cafetariasysteem
Het cafetariasysteem is een beloningsysteem waarbij werknemers verschillende beloningscomponenten onderling kunnen uitruilen.

*Dit houdt in dat de werknemer ervoor kan kiezen om in plaats van een deel van zijn loon bijvoorbeeld een belastingvrije PC of een fiets te ontvangen. Het cafetariasysteem komt ook binnen de pensioenwereld voor. Hierbij hebben werknemers keuzevrijheid met betrekking tot verschillende pensioenvormen en pensioenhoogtes.
 
Closed end beleggingsfonds
Een closed end beleggingsfonds is een beleggingsfonds waarbij het aantal aandelen gedurende de looptijd van het fonds vast staat.

*Hierdoor is de koers van het aandeel geheel afhankelijk van de vraag en het aanbod van de markt. De koers van een (aandeel in een) beleggingsfonds kan daardoor afwijken van de intrinsieke waarde

Naast closed end beleggingsfondsen bestaan er ook open end beleggingsfondsen
 
Contante waarde
De contante waarde is de huidige waarde van een betaling of een aantal betalingen in de toekomst.

*Anders gesteld: de contante waarde is het bedrag dat op dit moment gestort moet worden zodat dit bedrag - uitgaande van een bepaald rendement op het geld - op een bepaald moment in de toekomst aangegroeid is tot een gewenst kapitaal. De contante waarde wordt veel binnen de financiële wereld toegepast, bijvoorbeeld bij pensioenen maar ook bijvoorbeeld bij hypotheek (boeterente berekening). 
 
Contractrente
De contractrente is de contractueel overeengekomen rente.
 
Conversie van pensioenen
Onder conversie wordt binnen de pensioenwereld verstaan het omzetten van pensioenaanspraken in andere pensioenaanspraken.

*Bij conversie kan naast de aard van de pensioenaanspraken ook de persoon van de verzekerde wijzigen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij conversie zoals bedoeld in de wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Daarbij wordt de contante waarde van de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, en de contante waarde van het bijzonder weduwen-/weduwnaarspensioen omgezet in een aanspraak op ouderdomspensioen voor de ex-partner of ex-echtgenote. Conversie kan ook plaatsvinden na het maken van een keuze tussen nabestaandenpensioen en een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Een dergelijke conversie kan interessant zijn voor bijvoorbeeld een alleenstaande zonder kinderen.
 
C-polis
Een C-polis is een pensioenpolis waarbij de werknemer zelf de verzekeringnemer is

*In de vroegere Pensioen- en spaarfondsenwet werd een C-polis af en toe nog gebruikt. Dit gaf werknemers de mogelijkheid om zelf een verzekeringsovereenkomst af te sluiten met een wettelijk toegelaten levensverzekeringsmaatschappij. Deze mogelijkheid is in de nieuwe Pensioenwet niet meer toegestaan



De Nederlandsche Bank
De Nederlandsche Bank (DNB) is de centrale bank van Nederland.

*DNB heeft een monopoliepositie op het uitgeven van Nederlandse bankbiljetten. In het verleden was DNB ook verantwoordelijk voor het monetaire beleid in Nederland. Sinds de invoering van de Euro in 1999 zijn echter veel taken die DNB had overgenomen door de ECB (Europese Centrale Bank). De Nederlandsche Bank heeft een flink aantal toezichthoudende taken.

President van DNB op dit moment is Nout Wellink.
 
Deelnemer pensioenfonds
Een deelnemer van een pensioenfonds is een medewerker die door zijn werkgever is aangemeld bij een pensioenfonds en waarvoor door het pensioenfonds een pensioen wordt opgebouwd.

Deelnemersjaren
Onder deelnemersjaren verstaan wij het aantal jaren dat de werknemer heeft doorgebracht als deelnemer aan een pensioenregeling.

*De deelnemersjaren zijn de dienstjaren die meetellen voor de opbouw van pensioen. Het aantal deelnemersjaren kan afwijken van de tijd die de werknemer daadwerkelijk in dienst van de werkgever is geweest. Dat kan ontstaan omdat in veel gevallen de pensioenopbouw vanaf het 25e levensjaar is gestart (tot die tijd wordt gesproken van aspirant-deelnemerschap), maar ook door waardeoverdracht waarbij de eerdere pensioenrechten in een fictief aantal dienstjaren worden omgerekend.
 
Deelnemersraad
De deelnemersraad is een orgaan binnen een pensioenfonds dat de actieve deelnemers en de gewezen deelnemers van dat pensioenfonds vertegenwoordigt.

*De deelnemersraad heeft een adviserende bevoegdheid naar het bestuur van het Pensioenfonds. In de deelnemersraad dienen de actieve deelnemers en de gewezen deelnemers naar evenredigheid te zijn vertegenwoordigd. Wanneer minimaal 5% van het totale verzekerdenbestand van het pensioenfonds daarom verzoekt, moet een deelnemersraad verplicht worden ingesteld. Het bestuur van het pensioenfonds kan ook vrijwillig een deelnemersraad instellen.
 
Deeltijdpensioen
Binnen sommige pensioenregelingen kan een deelnemer ten dele stoppen met werken en voor die uren vervroegd met pensioen gaan. Hiervoor ontvangt de deelnemer dan een deeltijdpensioen.
 
Deflatie
Deflatie is het dalen van het algemeen prijspeil waardoor je met een bepaalde hoeveelheid geld steeds meer kunt kopen.

*Deflatie kan zeer negatieve economische gevolgen hebben. Een gevolg van deflatie is namelijk dat investeringen en consumptie uitgesteld worden. Aangezien geld steeds meer waard wordt, is het namelijk gunstig om te wachten met besteden. Een gevolg van deflatie kan daarom een recessie zijn. Deflatie komt niet vaak voor.

Het tegengestelde van deflatie is inflatie.
 
Dekkingsgraad
Onder de dekkingsgraad van een pensioenfonds verstaan wij de verhouding tussen de contante waarde van de op dat moment geldende pensioenaanspraken en het aanwezige vermogen.

*De dekkingsgraad geeft een goede indicatie in hoeverre een pensioenfonds in staat is om de toekomstige pensioenverplichtingen te voldoen. De dekkingsgraad van ieder pensioenfonds wordt nauwlettend in de gaten gehouden door de toezichthoudende instanties, zoals De Nederlandsche Bank (DNB).
 
Deposito
Een deposito is een een spaarvorm waarbij het spaarbedrag voor een bepaalde tijd vastgezet wordt tegen een vast rentepercentage. De spaarder kan tussentijds niet over het geld beschikken en bijstorten is ook niet mogelijk.
 
*Een deposito wordt ook wel een termijndeposito of een spaardeposito genoemd. Vaak wordt er op een deposito een iets hogere rentevergoeding gegeven dan op een spaarrekening. Dit is een vergoeding voor het feit dat de spaarder tussentijds niet aan zijn geld kan komen. Voor het bepalen van de hoogte van de spaarvergoeding, wordt vaak gekeken naar de Euribor rente tarieven.

DGA
DGA is de afkorting van directeur-grootaandeelhouder.
 
Dienstjarenstelsel
Een dienstjarenstelsel is een eindloonregeling (ouderdomspensioen) waarbij hogere pensioenaanspraken alleen verleend worden over de jaren waarin de werknemer deelnemer was aan de pensioenregeling.

*Binnen een eindloonregeling is er een onderscheid tussen het dienstjarenstelsel en het levensjarenstelsel. Voor beide stelsels geldt dat bij salarisverhogingen hogere pensioenaanspraken over voorgaande jaren worden gegeven. In een dienstjarenstelsel worden deze hogere aanspraken alleen verleend over de jaren waarin de werknemer deelnemer was aan de pensioenregeling en dus over de jaren waarin de deelnemer in dienst was van dezelfde werkgever. In een levensjarenstelsel tellen daarentegen alle jaren vanaf een bepaalde leeftijd (meestel 25 jaar) mee, ook de jaren waarin de werknemer geen deelnemer was aan de pensioenregeling. 

Directeur-grootaandeelhouder
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) is een werknemer in het bedrijf waarvan hij of zij minimaal 5% van de aandelen bezit.
 
DNB
DNB is de afkorting van De Nederlandsche Bank.
 
Doorsneepremie
Onder een doorsneepremie verstaan wij hier een pensioenregeling waarbij de pensioenpremie voor iedereen gelijk is

*Het maakt dus niet uit hoe oud iemand is, en of hij een partner heeft. De doorsneepremie wordt soms gebruikt bij collectieve pensioenregelingen en is gebaseerd op de solidariteitsgedachte. Soms kan een doorsneepremie worden vastgesteld voor een deel van de pensioenregeling, bijvoorbeeld voor het wezenpensioen of het arbeidsongeschiktheidspensioen.



ECB
ECB is de afkorting van de Europese Centrale Bank.
 
Effect
Een effect is een verzamelnaam voor alle op een beurs verhandelbare vermogenstitels.

*Bekende voorbeelden van effecten zijn aandelen, beleggingsfondsen, obligaties, opties, futures en turbo's. De markt waarop deze effecten verhandeld worden wordt vaak de Effectenbeurs genoemd.
 
Effectendepot
Onder een effectendepot verstaan wij alle effecten die een bepaald bewaarbedrijf (bijv. een bank) voor een klant in bewaring heeft.
 
Effectenportefeuille
Onder een effectenportefeuille verstaan wij het totale effectenbezit van een belegger.

*Dit kan bestaan uit allerlei verschillende effecten, zoals aandelen, opties, obligaties, etc. Bij grotere beleggers geldt vaak dat een effectenportefeuille bestaat uit een aantal effectendepots die bij verschillende banken (en/of brokers) ondergebracht zijn. 
 
Effectieve rente
De effectieve rente bij een financieel product (bijvoorbeeld een obligatie of een hypotheek) is de contante waarde van alle rente (incl. evt. kosten) die wordt betaald of ontvangen.

*De nominale rente is een fictieve rente die zou gelden als de rente jaarlijks zou worden afgerekend en als er geen transactiekosten waren. De effectieve rente verschilt meestal van de nominale rente vanwege het feit dat er in werkelijkheid wel transactiekosten worden berekend en het feit dat (een deel van) de rente vaak op een ander tijdstip wordt afgerekend. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de hypotheekrente. Vaak geldt bij een hypotheek dat er afsluitkosten berekend worden. Bovendien wordt de rente vaak maandelijks door de hypotheekinstelling geïncasseerd in plaats van eenmalig aan het einde van het jaar. De werkelijk betaalde rente (effectieve rente) is hiermee bij hypotheken hoger dan de nominale rente.

Bij het vergelijken van verschillende financiële producten (leningen, spaarrekeningen) is de effectieve rente een veel betere waarde om te vergelijken dan de nominale rente. Daarom geldt in Nederland dat het voor een aantal producten (bijvoorbeeld consumptieve leningen) verplicht is om de effectieve rente te tonen.
 
Eigen beheer (ivm pensioenfonds)
Een pensioenfonds voert een regeling in eigen beheer uit als het zijn financiële verplichtingen ten opzichte van de deelnemers niet volledig herverzekert.

*Pensioenfondsen kiezen vaak voor herverzekering bij de onderdelen die tot grote financiële risico’s kunnen leiden, zoals overlijden en arbeidsongeschiktheid. Kleinere pensioenfondsen zijn verplicht al hun pensioenverplichtingen te herverzekeren.
 
Eindloonregeling
Een eindloonregeling is een pensioensysteem waarbij de hoogte van het ouderdomspensioen wordt berekend op grond van het laatstverdiende salaris.

*De pensioengerechtigde krijgt hier dan een bepaald percentage (vaak 70 procent) van. Onder druk van het kabinet, die deze regeling te duur vond worden voor de eigen werknemers, gaan overheid en bedrijfsleven steeds vaker over op een ander pensioensysteem, bijvoorbeeld een middelloonregeling of beschikbare premieregeling
 
Euribor
Euribor is het rente tarief waartegen banken elkaar leningen in euro's verstrekken.
 
Euronext
Euronext is de naam van de Europese beurs waaronder de Amsterdamse Beurs ook valt.
 
Europese Centrale Bank
De Europese Centrale Bank (ECB) is de centrale bank voor de Europese gemeenschappelijke munt, de euro.
 
*Het hoofddoel van de Europese Centrale Bank is het handhaven van de koopkracht van de euro en daarmee prijsstabiliteit in het eurogebied. De Europese Centrale Bank heeft een groot deel van de taken overgenomen van De Nederlandsche Bank.

Excedentregeling
In veel pensioenregelingen is de pensioengrondslag gemaximeerd. Een excedentenregeling is bedoeld voor werknemers met een salaris dat boven het maximum van de prepensioenregeling ligt.

*Een excedentenregeling is dus een soort aanvullende pensioenregeling zodat werknemers met hoge inkomens toch een volwaardig pensioen op kunnen bouwen.



Fictieve deelnemersjaren pensioen
Onder fictieve deelnemersjaren worden de jaren verstaan waarin een werknemer niet in dienst was van een werkgever, maar die wel meetellen bij de pensioenopbouw bij die werkgever.

*Fictieve deelnemersjaren worden bijvoorbeeld toegekend bij pensioenoverdracht (waardeoverdracht). Bijvoorbeeld omdat iemand van baan verandert en zijn bestaande pensioenrechten laat overdragen naar het pensioenfonds van zijn nieuwe werkgever.
 
Financieringskosten
Alle kosten die bij behoren bij de financiering van een woning. Denk hierbij aan taxatiekosten, afsluitkosten en notariskosten.
 
Flexibel pensioen
Een flexibel pensioen is een pensioen waarbij men binnen een bepaalde marge zelf kan bepalen of men eerder dan wel later stopt met werken.

*Iemand die besluit om langer door te werken bouwt meer pensioen op. Degene die eerder stopt bouwt dus minder pensioen op. Fiscaal gezien wordt het steeds minder aantrekkelijker om vervroegd met pensioen te gaan. De overheid probeert mensen steeds meer te stimuleren om tot hun 65e jaar te blijven werken.
 
Franchise pensioen
In pensioenregelingen wordt rekening gehouden met het feit dat de deelnemer na pensionering AOW krijgt. Daarom wordt geen pensioen opgebouwd over het hele salaris, maar wordt er van het salaris een bedrag afgetrokken. Die aftrek heet de franchise.

*Binnen een pensioenregeling is de franchisebedrag voor iedereen gelijk, maar niet iedere pensioenregeling maakt gebruik van hetzelfde franchisebedrag. De ene regeling gaat uit van de AOW voor één samenwonende 65-plusser, de andere pensioenregeling van de AOW die een stel 65-plussers samen krijgt. Dat maakt pensioenregelingen slecht vergelijkbaar.
 
FTA
FTA is de afkorting van Financiële Termijnmarkt Amsterdam.



Gangbare arbeid
Gangbare arbeid is een term die binnen arbeidsongeschiktheid gebruikt wordt. Bij gangbare arbeid wordt bij de bepaling van arbeidsongeschiktheid rekening gehouden met alle werkzaamheden die de verzekerde nog uit zou kunnen voeren.

*Bij het beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering (sociale uitkering of arbeidsongeschiktheidsverzekering) en zo ja, voor welk bedrag, kan gangbare arbeid het criterium zijn waar naar gekeken wordt. Alternatieve criteria zijn beroepsarbeidsongeschiktheid en passende arbeid.
 
Geldmarkt
Onder de geldmarkt wordt de markt verstaan waarop waardepapieren verhandeld worden met een looptijd van 1 jaar of minder.

*De markt waarop waardepapieren verhandeld worden met een looptijd van meer dan 1 jaar, wordt de kapitaalmarkt genoemd.
 
Gemitigeerde eindloonregeling
Een gemitigeerde eindloonregeling is een eindloonregeling waarbij de hoogte van het ouderdomspensioen niet afhankelijk is van het laatstverdiende salaris, maar van het salarisverloop over een bepaalde periode voor pensionering.
 
Geregistreerd partnerschap
Sinds 1 januari 1998 is het mogelijk om een geregistreerd parnerschap aan te gaan. Volgens de Wet geregistreerd partnerschap wordt de geregistreerde partner voor een groot aantal financiele zaken (bijv. pensioen) gelijkgesteld met een gehuwde.
 
Gewezen deelnemer pensioen
Een gewezen deelnemer van een pensioenregeling is iemand waarvoor geen premie meer betaald hoeft te worden, maar die wel aanspraak maakt op pensioen. Gewezen deelnemers zijn onder meer gepensioneerden en werknemers die ontslagen zijn of van baan veranderd zijn.
 
GIDI
GIDI staat voor Gedragscode Informatieverstrekking Dienstverlening Intermediair. De GIDI was een initiatief met als doel de kwaliteit van de advisering en bemiddeling van verzekeringen aan particulieren te verbeteren. Sinds enige tijd is de GIDI niet meer van kracht. De in de GIDI beschreven eisen en doelen zijn overgenomen in de Wet Financiële Toezicht (Wft).



Halfwezenuitkering
De halfwezenuitkering is voor de ouder of verzorger die een kind (< 18 jaar) in zijn huishouden opneemt en dat als gevolg van het overlijden van één van de ouders nog maar één ouder heeft.

*De halfwezenuitkering vloeit voort uit de Algemene Nabestaande Wet (ANW). De hoogte van de halfwezenuitkering bedraagt 20% van het netto minimumloon. De halfwezenuitkering is inkomensonafhankelijk.
 
Herverzekering
Herverzekering is een vorm van verzekering, waarbij een financiele instantie (verzekeraar of pensioenfonds) een deel van door hem geaccepteerde risico's verzekert bij een andere verzekeraar.

*Verzekeraars of pensioenfondsen kunnen bepaalde risico’s die ze te groot vinden bij een (andere) verzekeringsmaatschappij herverzekeren. Ze doen dat vaak met het overlijdensrisico en het risico op invaliditeit. Kleine pensioenfondsen zijn verplicht al hun pensioenverplichtingen te herverzekeren.
 
Hoofdfonds
Hoofdfondsen zijn de aandelen waarin op de effectenbeurs over een langere periode gemeten de meeste omzet is.

*Op de Amsterdamse effectenbeurs zijn deze fondsen verzameld in de AEX index. De belangrijkste hoofdfondsen zijn ING Bank, Royal Dutcy, Philips en Unilever. Hoofdfondsen worden ook wel blue chips genoemd.
 
Huisfonds
Een huisfonds is een beleggingsfonds van een bepaalde financiële instelling die aan de eigen klanten aangeboden wordt

*Vrijwel alle grote banken en verzekeraars bieden hun klanten tegenwoordig een breed scala aan huisfondsen aan.



Indexatie pensioen premie
Onder indexatie van de pensioenregeling wordt een verhoging van het pensioen of de pensioenaanspraak verstaan, naar aanleiding van gestegen prijzen of lonen.

*Als indexcijfer worden vaak het consumentenprijsindexcijfer (CPI) en indexcijfers van CAO-lonen gehanteerd. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt deze indexcijfers samen.
 
Inflatie
Inflatie is het stijgen van het algemeen prijspeil waardoor je met een bepaalde hoeveelheid geld minder kunt kopen.

*Een ander woord voor inflatie is geldontwaarding. Inflatie is een heel belangrijk begrip in de financiele wereld. Zo proberen de centrale banken van Europa (ECB) en Amerika (FED) de inflatie op een laag niveau te houden. Een lage inflatie is goed voor de economie. Het tegengestelde van inflatie is deflatie.
 
Institutionele belegger
Een institutionele belegger is een zeer grote, professionele belegger zoals een beleggingsmaatschappij, verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds.

*De institutionele beleggers nemen op de meeste beleggingsmarkten - qua volume - het overgrote deel van de effectenhandel voor hun rekening.
 
Interim-dividend
Interim dividend is een dividend dat tussentijds door een onderneming uitgekeerd wordt aan de aandeelhouders.

*Sommige ondernemingen kiezen er voor om een deel van de behaalde winst tussentijds uit te keren aan de aandeelhouders. Dit wordt dan interim dividend genoemd. Op een later moment - vaak na de jaarvergadering - volgt dan nog een dividenduitering. Deze dividenduitkering wordt dan het slotdividend genoemd.
 
Intrinsieke waarde beleggingsfonds
De intrinsieke waarde van een beleggingsfonds is de waarde van alle effecten in dat beleggingsfonds.

*Dus als alle effecten verkocht zouden worden tegen de geldende beurswaarde, krijg je de intrinsieke waarde van dat beleggingsfonds.

Bij open end beleggingsfondsen zal de koers van een (aandeel in een) beleggingsfonds vaak heel dicht bij de intrinsieke waarde liggen. Bij een closed end beleggingsfonds hoeft dat niet zo te zijn.



Jaarinkomen
Onder het jaarinkomen verstaan wij het inkomen dat u bruto per jaar ontvangt. Dit inkomen is erg belangrijk bij het bepalen van de maximaal haalbare hypotheek en/of lening. Bovendien geldt dit inkomen als basis bij de meeste pensioenberekeningen.



Kapitaaldekkingsstelsel
Kapitaaldekkingsstelsel is een ander woord voor omslagstelsel.
 
Kapitaalmarkt
Onder de kapitaalmarkt wordt de markt verstaan waarop waardepapieren verhandeld worden met een looptijd van meer dan 1 jaar.
 
*De markt waarop waardepapieren verhandeld worden met een looptijd van 1 jaar of minder wordt de geldmarkt genoemd

Keuzedividend
Een keuzedividend is een dividend waarbij de aandeelhouder zelf kan kiezen of hij de dividenduitkering in geld (cash) wil ontvangen of in aandelen.
 
KiFiD
KiFiD is de afkorting van Klachteninstituut Financiële Dienstverlening.
 
Klachteninst. Financiële Dienstverlening
Het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening is een instantie waar consumenten bij aan kunnen kloppen op het moment dat er een (dreigend) conflict is met een financiële instelling.
 
Koersrisico
Het koersrisico is het risico dat de koers van een effect een onverwachte (en vaak ongewilde) beweging maakt.

*Vrijwel iedere belegging kent een vorm van koersrisico. Bij het samenstellen en beoordelen van beleggingen dient de belegger vooraf het koersrisico goed in te schatten. Het koersrisico van bijvoorbeeld aandelen wordt vaak beoordeeld aan de hand van de volatiliteit van het aandeel.
 
Koopsom
Een koopsom is een eenmalige betaling om een pensioenaanspraak mee in te kopen of om de verzekeringspremies van een verzekering voor een langere periode ineens te betalen.

*De eenmalige betaling van een koopsom dient hetzelfde doel als de periodieke betaling van premies, namelijk de financiering van pensioenen of de verkrijging van een verzekeringsdekking.
 
Kortlevenrisico
Het kortlevenrisico is het risico dat een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij loopt dat een verzekerde persoon korter zal leven dan op basis van de gehanteerde sterftekansen wordt verwacht.

*Het kortlevenrisico doet zich bijvoorbeeld voor bij een overlijdensrisicoverzekering of een nabestaandenpensioen
 
Kostenopslag
Kostenopslag is een verzamelnaam voor kosten die een verzekeraar in rekening kan brengen bij het afsluiten en uitvoeren van een (pensioen)verzekering.

*Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in eerste kosten, bestaande uit provisie en annuleringskosten, en doorlopende kosten, zoals in- en excassokosten en beheerskosten.
 
Krach
Een krach is een plotselinge, zeer sterke daling van de beurskoersen

*Vaak begint een krach met een onverwachte gebeurtenis. Deze gebeurtenis veroorzaakt een verkoopgolf bij beleggers. Dankzij deze verkoopgolf ontstaat er paniek bij beleggers die dan nog meer gaan verkopen, wat nog meer paniek veroorzaakt, etc. Er onstaat dankzij het kuddegedrag van beleggers een sneeuwbaleffect wat soms tot flinke dalingen kan leiden.



Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het risico dat een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij loopt dat een verzekerde persoon langer leven dan op basis van de gehanteerde sterftetafels wordt verwacht.

*Dit risico doet zich bijvoorbeeld voor bij ouderdomspensioenen. Een ouderdomspensioen wordt vaak levenslang uitgekeerd. Op het moment dat iemand dan langer leeft dan vooraf ingeschat, betekent dit dat er meer pensioen uitgekeerd moet worden dan vooraf verwacht. Het langlevenrisico wordt in veel situaties gedragen door het pensioenfonds of de verzekeringsmaatschappij. Echter wanneer het pensioen wordt uitgekeerd vanuit Eigen Beheer ligt het langlevenrisico bij de verzekerde/begunstigde
 
Levensjarenstelsel
Het levensjarenstelsel is een eindloonregeling waarbij gekeken wordt naar je leeftijd en niet naar het aantal jaren dat je gewerkt hebt.

*Binnen een eindloonregeling is er een onderscheid tussen het dienstjarenstelsel en het levensjarenstelsel. Voor beide stelsels geldt dat bij salarisverhogingen hogere pensioenaanspraken over voorgaande jaren worden gegeven. In een dienstjarenstelsel worden deze hogere aanspraken alleen verleend over de jaren waarin de werknemer deelnemer was aan de pensioenregeling en dus over de jaren waarin de deelnemer in dienst was van dezelfde werkgever. In een levensjarenstelsel tellen daarentegen alle jaren vanaf een bepaalde leeftijd (meestel 25 jaar) mee, ook de jaren waarin de werknemer geen deelnemer was aan de pensioenregeling.
 
Levensverzekering
Een levensverzekering is een verzamelnaam voor verzekeringen die tot uitkering komen bij het op een bepaalde datum al dan niet in leven zijn van de verzekerde.

*Een levensverzekering wordt vaak in combinatie met een hypotheek afgesloten om de risico's van de nabestaanden af te dekken alsmede voor het verzekeren van een (aanvullend) nabestaandenpensioen.
 
Lijfrente
Een lijfrente is een periodieke uitkering die eindigt bij overlijden van de (achterblijvende) verzekerde(n). Het woord lijfrente wordt in de praktijk zowel voor een lijfrenteverzekering als de uitkering van deze verzekering gebruikt.
Bij het opbouwen van een pensioen, wordt vaak gebruik gemaakt van lijfrente producten. 
 
Lijfrentepolis of lijfrenteverzekering
Een lijfrenteverzekering (lijfrentepolis) verzorgt een periodieke uitkering die eindigt bij overlijden van de (achterblijvende) verzekerde(n). Een lijfrenteverzekering wordt vaak gesloten als aanvulling op een pensioenregeling.

*Bij een lijfrenteverzekering stort de verzekeringnemer tijdens zijn of haar werkbare leven een bepaald bedrag in de lijfrenteverzekering. Zolang er een pensioentekort bestaat, mag dit bedrag (bedragen) van het belastbare inkomen afgetrokken worden. Na pensionering komt de verzekering tot uitkering en wordt het pensioen aangevuld met de uitkeringen uit de lijfrente. Deze aanvullingen moeten op dat moment bij het belastbare inkomen opgeteld worden. Vaak valen de uitkeringen na pensionering in een lager belastingtarief, zodat er een belastingvoordeel ontstaat.
 
Long positie in een optie
Een long positie in een optie is een positie waarbij de optie gekocht is.

*Bij het aangaan van een long positie in een optie, moet de belegger een premie (de optiepremie) betalen. Voor het betalen van deze premie ontvangt de belegger een recht. Bij een long positie in een call-optie heeft de belegger het recht op de aankoop van de onderliggende waarde. Bij een long positie in een put-optie heeft de belegger een recht tot het verkopen van de onderliggende waarde.

Het tegengestelde van een long positie in een optie is een short positie in een optie.



Marktrente
Onder de marktrente verstaan wij de rente zoals deze op een bepaald moment op de kapitaalmarkt en de geldmarkt geldt.
 
Matching
Onder matching verstaan wij hier het op elkaar afstemmen van cashstromen van pensioenfondsen zodat de toekomstige pensioenverplichtingen betaald kunnen worden uit premie inkomsten en (vrijgevallen) beleggingen.

*Pensioenfondsen bouwen vermogen op doordat er premie inkomsten ontvangen worden (door de werkenden) en doordat het pensioenvermogen belegd wordt. Wanneer een pensioenfonds aan zijn verplichtingen moet voldoen (pensioenen uitbetalen), dienen daarvoor op tijd de beschikbare middelen vrij te komen. Matching is een systeem waarbij getracht wordt om de cashstromen op elkaar aan te laten sluiten. Doelstelling is maximaal rendement maken op het te beleggen geld EN het altijd op tijd beschikbaar hebben van de uit te keren pensioengelden.
 
Middelloonregeling
Een middelloonregeling is een pensioensysteem waarbij de hoogte van het pensioen wordt berekend op basis van een gewogen gemiddelde van alle pensioengrondslagen over de gehele periode van deelname aan de pensioenregeling.

*NOG AAN TE VULLEN
 
Mixfonds
Een mixfonds is een beleggingsfonds dat belegt in een mix van verschillende typen effecten, zoals aandelen, obligaties en vastgoed.

*Mixfondsen zijn zeer populair omdat het mogelijk is om met een relatief klein vermogen toch een zeer breed gespreide portefeuille samen te stellen. Een goede spreiding is aantrekkelijk omdat door spreiding de rendements/risicoverhouding van een beleggingsportefeuille aanzienlijk verbeterd kan worden.



Nabestaandenpensioen
Op het moment dat iemand met een pensioenvoorziening inclusief nabestaandenpensioen komt te overlijden, wordt er pensioen uitgekeerd aan de nabestaanden. Dit kan verzekerd zijn middels een kapitaal danwel een rente.
 
Niet-actieven
Niet-actieven is een aanduiding voor deelnemers aan een pensioenfonds die geen premie (meer) betalen.

*Niet-actieven is een verzamelnaam voor slapers en gepensioneerden.

Nominale rente
De nominale rente is de rente per periode dat die rente wordt uitgekeerd.

*Bij hypotheken geldt dan bijvoorbeeld dat de nominale rente het tarief is dat u ziet in de rentelijsten van de hypotheekinstellingen. Bij obligaties is de nominale rente het bedrag dat per uitkeringsperiode uitgekeerd wordt. Om producten goed met elkaar te vergelijken, is de effectieve rente nuttiger
 
Nominale waarde
De nominale waarde van een effect is de waarde zoals deze vermeld staat op het effect.



Obligatiefonds
Een obligatiefonds is een beleggingsfonds waarbij het ingelegde vermogen belegd wordt in obligaties.

*Voordeel van het beleggen in een obligatiefonds is dat een belegger met een klein bedrag een hele grote spreiding in zijn obligatiebeleggingen aan kan brengen. Nadeel van het beleggen in een obligatiefonds is dat dit fonds (meestal) geen einddatum kent. Op het moment dat de belegger het belegde vermogen nodig heeft in een fase waarin de rente (sterk) stijgt of gestegen is, kan dat betekenen dat het fonds met verlies verkocht moet worden. Het rendement kan dan negatief zijn. Bij een belegging direct in obligaties weet de belegger dat hij aan het eind van de looptijd normaal gesproken altijd de hoofdsom terug zal krijgen (faillissementen daargelaten).
 
Ombudsman Pensioenen
De Ombudsman Pensioenen is een onafhankelijke instelling die klachten en geschillen behandelt over de uitvoering van een pensioenreglement

*De Ombudsman Pensioenen is op 1 april 1995 ingesteld door de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen en de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen. De Ombudsman Pensioenen behandelt dan ook alleen klachten ivm pensioenfondsen die bij deze instellingen zijn aangesloten. De Ombudsman Pensioenen neemt klachten over pensioenfondsen pas in behandeling als de interne klachtenprocedure van een pensioenfonds is doorlopen..
 
Ombudsman Verzekeringen
De Ombudsman Verzekeringen is een onafhankelijke instantie met als doel het behandelen van klachten en geschillen tegen verzekeringsmaatschappijen.

*De Ombudsman Verzekeringen werkt binnen het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid). Doelstelling is om binnen een relatief kort tijdsbestek (juridisch procederen via de rechter kost vaak veel tijd) een oplossing tussen de consument en de verzekeringsmaatschappij te vinden
 
Omkeerregel
De omkeerregeling is een fiscale regel die inhoud dat aanspraken die berusten op een pensioenregeling niet tot het loon behoren. Vanwege de omkeerregel wordt niet de pensioenaanspraak belast, maar de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering.

*De omkeerregel vinden we terug in Artikel 11 van de Wet op de Loonbelasting. Aangezien de meeste mensen na pensionering in een lagere inkomensschaal terechtkomen, levert de omkeerregel meestal een fiscaal voordeel op. Dit fiscale voordeel wordt geboden om mensen te stimuleren om hun pensioenvoorzieningen goed te regelen.
 
Omslagstelsel
Onder omslagstelsel wordt het stelsel verstaan waarbij de werkenden premies betalen, waarmee op hetzelfde moment uitkeringen aan anderen worden betaald.

*In Nederland kennen we verschillende uitkeringen die gefinancierd worden middels een omslagstelsel. Denk hierbij aan de AOW (Algemene Ouderdoms Wet) en de WW (Werkloosheidswet).

Vanwege de vergrijzing, betekent dit voor toekomstige werkenden dat ze wellicht meer premie af zullen moeten dragen om de AOW van de grote groep gepensioneerden te betalen.
 
Ondernemingspensioenfonds
Een ondernemingspensioenfonds is een andere naam voor een bedrijfspensioenfonds.

Onzuivere pensioenregeling
Een onzuivere pensioenregeling is een pensioenregeling die uitgevoerd door een niet toegelaten pensioenuitvoerder of als de pensioenregeling niet voldoet aan het wettelijk kader van artikel 18 tot en met 18h van de Wet op de Loonbelasting.

*Pensioenaanspraken die zijn verkregen uit onzuivere pensioen-regelingen, behoren tot het belastbaar inkomen. De in de toekomst te ontvangen pensioenuitkeringen worden vervolgens belast volgens de saldomethode. Een onzuivere pensioenregeling, ook wel bovenmatige pensioenregeling genoemd, kan door de minister van Financiën worden aangewezen als erkende pensioenregeling. De regeling wordt dan behandeld als een zuivere pensioenregeling.
 
Open end beleggingsfonds
Een open end beleggingsfonds is een beleggingsfonds waarbij het aantal aandelen gedurende de looptijd van het fonds niet vast staat. Naar aanleiding van vraag en aanbod kan besloten worden om extra aandelen uit te geven of aandelen in te nemen.
 
*Doordat de fondsbeheerder de mogelijkheid heeft om extra aandelen uit te geven (en aandelen in te trekken), blijft de waarde van het beleggingsfonds vaak in de buurt van de intrinsieke waarde van het beleggingsfonds.

Naast open end beleggingsfondsen bestaan er ook closed end beleggingsfondsen.

Ouderdomspensioen
Ouderdomspensioen is het pensioen dat iemand ontvangt nadat de pensioengerechtigde leeftijd (in de meeste gevallen 65 jaar) is bereikt.
 
Out of the money optie
Een out of the money optie is een optie waarbij de uitoefenprijs (strike) van de optie gelijk of bijna gelijk is aan de koers van de onderliggende waarde.

*Bij put opties geldt precies het omgekeerde. Putopties zijn out-of-the-money als de uitoefenprijs lager is dan de koers van de onderliggende waarde.
 
Overbruggingspensioen
Overbruggingspensioen is een tijdelijk ouderdomspensioen dat - bij vervroegde pensionering - ingaat vanaf de dag dat het vervroegd pensioen ingaat, tot het moment dat het werkelijke ouderdomspensioen ingaat (uiterlijk 65 jarige leeftijd).
 
Overdracht van pensioen
Overdracht van pensioen betekent het overhevelen van het opgebouwde pensioen bij de oude werkgever naar dat van de nieuwe werkgever.
 
*Vooral als de pensioenregeling van de nieuwe werkgever gunstiger is dan de oude pensioenregeling, kan overdracht van pensioen interessant zijn.

Overdrachtswaarde
Dat is de contante waarde van het opgebouwde pensioen dat door waardeoverdracht van het pensioenfonds van de oude werkgever naar dat van de nieuwe werkgever wordt overgeheveld.

Overlijdensrisicoverzekering
Een overlijdensrisicoverzekering is een verzekering die een kapitaal uitkeert bij het overlijden van de verzekerde.

*De hoogte van de premie is afhankelijk van de hoogte van de uitkering, de leeftijd, het geslacht en de gezondheidssituatie
 
Oververzekerd
U bent oververzekerd als de dekking op uw verzekering hoger is dan het financiële risico dat u loopt.



Partneralimentatie
Partneralimentatie is de alimentatie die bij een scheiding betaald dient te worden aan (of ontvangen wordt door) de partner.
 
Partnerpensioen
Het partnerpensioen is de pensioenuitkering voor de achterblijvende partner op het moment dat de pensioensgerechtigde komt te overlijden.

*De partner heeft dan recht op (een deel van) het opgebouwde pensioen. In veel pensioenregelingen bedraagt het partnerpensioen 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Niet iedere partner heeft automatisch recht op partnerpensioen. Zo is het belangrijk om een partner aan te melden bij het pensioenfonds. Als dat niet gebeurd is, heeft de partner vaak nergens recht op. Bovendien worden er vaak eisen gesteld aan de vorm van samenleven en de duur van samenleven. Bij ongehuwden geldt vaak dat er sprake moet zijn van duurzaam samenleven over een langere periode om in aanmerking te kunnen komen voor partnerpensioen. 

Partnertoeslag
De partnertoeslag is de toeslag die iemand met een AOW pensioen kan krijgen als zijn of haar partner nog geen 65 is geweest. Deze toeslag komt per 2015 te vervallen. 

*Deze toeslag kan maximaal 50% van het minimumloon bedragen, zodat gezamenlijk 100% van het mogelijke AOW pensioen voor gehuwden ontvangen wordt. De partnertoeslag is afhankelijk van het eventuele inkomen van de partner: de partnertoeslag wordt alleen uitgekeerd als de jongste partner geen of weinig eigen inkomen heeft.

De partnertoeslag gaat verdwijnen. Voor hen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden, bestaat er geen recht meer op een partnertoeslag.
 
Passende arbeid
Onder passende arbeid wordt verstaan arbeid die bij arbeidsongeschiktheid in redelijkheid aan de werknemer kan worden opgedragen, daarbij rekening houdend met het arbeidsverleden, opleidingsniveau, de beperkingen en salarisniveau.

*Passende arbeid is een term die binnen arbeidsongeschiktheid gebruikt wordt. Bij passende arbeid wordt rekening houdend met je krachten en bekwaamheden. Bij krachten gaat het om de beperkte belastbaarheid, zowel fysiek als psychisch. Bij bekwaamheden gaat het om kennis en vaardigheden. Dit zijn twee zeer belangrijke punten omdat op deze manier vast te stellen is of iemand in staat is bij arbeidsongeschiktheid om mogelijk andere, aangepaste arbeid te doen.

Bij het beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering (sociale uitkering of arbeidsongeschiktheidsverzekering) en zo ja, voor welk bedrag, kan passende arbeid het criterium zijn waar naar gekeken wordt. Alternatieve criteria zijn beroepsarbeidsongeschiktheid, passende arbeid en gangbare arbeid
 
Passief portefeuillebeheer
In de vermogensbeheermarkt wordt onder passief portefeuillebeheer meestal verstaan dat de vermogensbeheerder de benchmark zo veel mogelijk probeert te volgen. Onder passief portefeuillebeheer wordt ook wel eens een buy and hold strategie verstaan.

*Onder passief portefeuillebeheer wordt ook wel eens een buy and hold strategie verstaan
 
Pensioen
Pensioen is de verzamelnaam voor periodieke uitkeringen die het vroegere salaris vervangen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid.

*Gemeenschappelijk kenmerk is, dat de uitbetaling van het pensioen in elk geval eindigt zodra de rechthebbende is overleden en dat de opbouw ervan plaatsvindt in verband met het verrichten van arbeid. In theorie bestaat 'pensioen' alleen uit de uitkeringen die voortvloeien uit de verhouding werkgever / werknemer. Periodieke uitkeringen vanuit de overheid (sociale zekerheidswetgeving) en in de privé sfeer getroffen voorzieningen, vallen in theorie niet onder het pensioenbegrip. In de praktijk wordt deze uitkeringen vaak wel onder de term pensioen" gehangen.
 
Pensioen BV
Besloten vennootschap (BV) die enkel wordt gebruikt voor het opbouwen van pensioen.

*Vooral DGA's maken nog wel eens gebruik van een pensioen BV voor het opbouwen van pensioen. Hierbij gelden (redelijk strenge) regels.
 
Pensioen- en spaarfondsenwet
De pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) is de voorganger van de huidige Pensioenwet.

*Deze wet 1952 van kracht geworden en is onlangs vervangen door de Pensioenwet. 
 
Pensioen- en Verzekeringskamer
De Pensioen- en Verzekeringskamer was een instantie die toezicht hield op pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. De Pensioen- en Verzekeringskamer is in 2004 gefuseerd met DNB.
 
Pensioenaanspraak
Onder pensioenaanspraak wordt het recht op toekomstige pensioenuitkeringen verstaan. Of te wel het bedrag dat de werknemer (zelfstandige, DGA) in de toekomst als periodieke pensioenuitkering tegemoet kan zien
 
Pensioenbreuk
Een pensioenbreuk is een specifieke vorm van een pensioentekort.

*Een pensioenbreuk ontstaat in de meeste gevallen door het veranderen van werkgever. Omdat bij een verandering van werkgever vaak een nieuwe inkomenssituatie geldt EN vaak een nieuwe pensioenregeling, ontstaat in veel situaties een pensioenbreuk. Pensioenbreuk kan in de meeste gevallen grotendeels worden voorkomen door waardeoverdracht. Het opgebouwde pensioen bij de oude werkgever kan dan worden meegenomen naar de nieuwe werkgever. Andere redenen voor pensioenbreuk zijn perioden van arbeidsongeschiktheid, tijdelijk stoppen met werken en werkloosheid. Hierbij wordt vaak vergeten dat het gaan werken tegen een lager salaris ook een pensioenbreuk veroorzaakt. 

Pensioenbrief
Het woord pensioenbrief wordt voor 2 documenten gebruikt. Allereerst voor een overzicht waarin staat wat u tot op een gegeven moment aan pensioen heeft opgebouwd en wat u bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd aan pensioen tegemoet kunt zien. Ten tweede voor een overzicht van de afspraken tussen werkgever en werknemer ten aanzien van de pensioenregeling.

*Het eerste document ontvangt u - als het goed is - ieder jaar van uw pensioenfonds (of de verzekeraar waar u uw pensioen opbouwt). Het tweede document is een onderdeel van de arbeidsovereenkomst zoals u die afsluit op het moment dat u in dienst treed bij een nieuwe werkgever.
 
Pensioendatum
De pensioendatum is de datum waarop het ouderdompensioen ingaat.
 
Pensioenfonds
Een pensioenfonds is een fonds dat het beheer en de uitvoering verzorgt van de pensioenaanspraken uit een pensioenregeling.

*Een pensioenfonds heeft als doel om de aangesloten werknemers na pensionering van een pensioen te voorzien. Hiertoe int een pensioenfonds premies van de werknemers en wordt het ingelegde vermogen belegd.

De rechtsvorm van een pensioenfonds is vaak een stichting. Het bestuur van het Pensioenfonds is normaal gesproken samengesteld uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers.
 
Pensioengrondslag
De pensioengrondslag is het deel van het loon waarop de pensioenopbouw is gebaseerd.

*De pensioengrondslag is hetzelfde als het pensioengevend salaris maar dan met aftrek van de AOW-franchise. De pensioengrondslag wordt gebruikt om de hoogte vast te stellen van het pensioen dat u daadwerkelijk zult ontvangen. Bij een volledige opbouw zal de pensioenuitkering 70% van de pensioengrondslag zijn. Het bedrag dat u uiteindelijk aan pensioen ontvangt, wordt sterk beïnvloed door het aantal opgebouwde dienstjaren en de hoogte van de AOW franchise.
 
Pensioenpremie
De pensioenpremie is de premie die betaald wordt voor de opbouw van pensioen.
 
Pensioenregeling
Een pensioenregeling is een document waarin het pensioen beschreven staat.
 
Pensioenreglement
Het pensioenreglement is een document waarin de relatie tussen de pensioenuitvoerder en de werknemer vastgelegd is.

*In de Pensioenwet (PW) zijn strikte regels aangegeven waar een dergelijke regeling aan moeten voldoen. Het pensioenreglement is de juridische basis waaraan de betrokkenen hun aanspraken en uitkeringen ontlenen. Het pensioenreglement bevat de rechten en verplichtingen van de deelnemers, de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden.
 
Pensioensalaris / pensioengevend salaris
Het pensioensalaris of pensioengevend salaris is het deel van het salaris waarover het pensioen wordt opgebouwd.

*Het pensioensalaris bestaat uit vaste inkomensbestanddelen zoals het vaste jaarsalaris, het vakantiegeld, vaste dertiende maand of eindejaarsuitkering. Een aantal inkomensbestanddelen vallen niet binnen het pensioensalaris. Hierbij moet u denken aan bonussen en een auto van de zaak. Ook kan het salaris gemaximeerd zijn. Komt het salaris hier boven uit, wordt het bepaalde maximum het pensioengevend salaris
 
Pensioentoezegging
Toezegging van een werkgever om een werknemer bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een pensioen uit te keren.

*De werkgever kan ook een pensioentoezegging doen bij overlijden (nabestaandenpensioen) of arbeidsongeschiktheid (arbeidsongeschiktheidspensioen). Ze vallen tezamen vaak onder een collectieve overeenkomst.
 
Pensioenverzekering
Een pensioenverzekering is een verzekering waarbinnen pensioen opgebouwd wordt.
 
Pensioenwet
De Pensioenwet is sinds 1 januari van kracht. Het doel van de Pensioenwet is het veiligstellen van pensioenaanspraken van werknemers.

*De Pensioenwet bevat een zeer groot aantal regels waar pensioenregelingen aan moeten voldoen om te zorgen dat dit doel gehaald wordt. Er gelden bijvoorbeeld strenge eisen met betrekking tot het eigen vermogen van pensioenfondsen. Daarnaast moeten pensioenfondsen (en werkgevers!) deelnemers en gepensioneerden duidelijk en regelmatig informeren over alles wat met hun pensioen te maken heeft.

De Pensioenwet vervangt de Pensioen- en spaarfondsenwet
 
Premie
Het woord premie kent in de financiële wereld verschillende betekenissen. Zo wordt het woord premie gebruikt om de prijs van een optie te beschrijven (optiepremie). Daarnaast wordt de (periodieke) storting voor een verzekering ook premie genoemd (verzekeringspremie).
 
Premievrije aanspraak
Een premievrije aanspraak is een aanspraak op een toekomstig pensioen waarbij de pensioengerechtigde geen premies meer betaald in verband met dit pensioen.

*Een premievrije aanspraak ontstaat met name als een werknemer ontslagen wordt of van baan verandert. Op dat moment eindigt de deelname aan het pensioenfonds. Maar het pensioen dat de werknemer heeft opgebouwd, blijft uiteraard bestaan. Dat is de premievrije aanspraak. Vaak vindt waardeoverdracht plaats op het moment dat de werknemer bij een nieuwe werkgever in dienst treedt.
 
Prepensioen
Onder prepensioen wordt een uitkering verstaan die uitgekeerd wordt indien de werknemer voor de pensioendatum stopt met werken. Deze uitkering loopt tot de pensioendatum.

*Met ingang van 1 januari 2005 geldt als uitgangspunt dat een werknemer tot zijn 65-jarige leeftijd werkt. Alle fiscale regelingen die eerder stoppen met werken faciliëren, komen te vervallen. Prepensioen regelingen zullen dus in de toekomst steeds minder voorkomen. 

PSW
De afkorting PSW staat voor Pensioen en Spaarfondsenwet



Quote
Een quote is de combinatie van de biedprijs en laatprijs die op een gegeven moment in een bepaald effect door de markt word geboden en gelaten. Als de biedprijs van een aandeel op een gegeven moment 50 euro is, en de laatprijs 50,10 euro dan is de quote 50 / 50,10



Rating
De rating van een instelling is een soort kwaliteitskeurmerk afgegeven door een rating agency waarbij gekeken wordt naar het kredietrisico van de betreffende instelling.

*In de wereld is een aantal rating agencies actief die ondernemingen beoordeelt op kredietrisico. De bekendsten zijn Standard & Poor's en Moody's. De classificatie gebeurt met behulp van letters en (soms) cijfers. Dit gaat van AAA (triple A) voor de bedrijven met het laagste risico tot D (single D) voor bedrijven met een zeer hoog risico. Deze ratings zijn zeer belangrijk, zowel voor bedrijven als voor beleggers. Voor bedrijven geldt dat je met een AAA status veel goedkoper kunt lenen dan wanneer je een slechtere rating hebt. Voor beleggers geldt dat schuldpapieren (zoals obligaties) dankzij deze ratings veel beter beoordeeld kunnen worden.
 
Recessie
En recessie is een periode van terugval in de economische ontwikkeling.
 
*Vaak wordt van een recessie gesproken als een economie (de omvang van het BBP) 3 maanden achter elkaar een daling laat zien. Een recessie is vaak zeer negatief voor de winsten van bedrijven, de werkgelegenheid en dus ook voor de aandelenkoersen.

Rekenrente
De rekenrente is de rente (rendement) waar pensioenfondsen maximaal mee mogen rekenen als ze berekeningen voor de toekomst maken.

*De rekenrente is het rendement dat het belegde pensioen/verzekeringsvermogen wordt geacht minimaal op te brengen in de toekomst.

De rekenrente is dus een fictief rendementspercentage dat bij pensioen en verzekeringen gebruikt wordt. In verband met de risico's, mogen pensioenfondsen hierbij niet met een (te) hoge rekenrente rekenen.
 
Rente
De rente is de vergoeding die een geldverstrekker ontvangt voor het uitlenen van geld.
 
Rentedekkingsstelsel
Rentedekkingsstelsel is een ander woord voor omslagstelsel.
 
Rijping
Rijping is een pensioenterm waarmee de verhouding tussen premie betalende en niet-betalende deelnemers wordt weergegeven.

*Niet actieve deelnemers zijn premievrije deelnemers, reeds gepensioneerden en mensen aan wie een nabestaandenpensioen wordt uitgekeerd. Men spreekt van een gerijpt fonds, als de verhouding tussen enerzijds de actieve deelnemers en anderzijds de niet-actieve deelnemers vrij constant blijft.



Schrijven van een optie
Bij het schrijven van een optie opent de belegger een optiepositie door de optie te verkopen (openingsverkoop).

*Bij het schrijven van een optie gaat de schrijver van de optie een verplichting aan om de onderliggende waarde te kopen (bij het schrijven van een put) of te verkopen (bij het schrijven van een call). Als vergoeding voor deze aangegane verplichting ontvangt de schrijver de optiepremie. Een optie kan gedekt geschreven worden, maar soms ook ongedekt. Het schrijven van opties kan grote risico's met zich meebrengen. 
 
SER
SER is de afkorting van de Sociaal Economische Raad.
 
Slapers
Slapers zijn gewezen deelnemers aan een pensioenfonds die geen premie meer betalen, maar wel recht blijven hebben op pensioen.

*De bekendste slapers zijn mensen die van baan veranderd zijn en die bij hun nieuwe werkgever aan een andere pensioenregeling deelnemen. Op het moment dat ze het pensioen bij hun oude werkgever niet overdragen maar premievrij maken, dan gelden zij bij het oude pensioenfonds als slapers.
 
Sociaal Economische Raad
De Sociaal Economische Raad is een overlegorgaan van werkgevers, werknemers en door de overheid benoemde Kroonleden die de regering en het parlement adviseert over de hoofdlijnen van het te voeren sociaal-economisch beleid.
 
Solvabiliteit
Solvabiliteit is het vermogen om op langere termijn aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

*Om de solvabiliteit van een onderneming te bepalen, wordt naar de verhouding tussen het vreemd vermogen en het eigen vermogen gekeken. Hierbij geldt dat een onderneming solvabel is als het eigen vermogen voldoende groot is om het vreemd vermogen terug te kunnen betalen.

Bij pensioenfondsen is de solvabiliteit de mate waarin het pensioenfonds aan zijn verplichtingen (zijnde de toekomstige pensioenuitkeringen) kan voldoen. Bij pensioenfondsen is de solvabiliteit een belangrijke variabele waar - o.a. door de overheid - scherp naar gekeken wordt. Voor pensioenfondsen gelden daarom scherpe solvabiliteitseisen.
 
Solvabiliteitseisen
Onder solvabiliteitseisen verstaan wij hier de wettelijke eisen waaraan verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen moeten voldoen.

*Het is voor verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen uiteraard zeer belangrijk om altijd aan de verplichtingen te kunnen voldoen (solvabel). In de wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 worden daarom aan verzekeringsmaatschappijen eisen gesteld met betrekking tot de solvabiliteit. Voor pensioenfondsen geldt dat de solvabiliteitseisen genoemd worden in de Pensioenwet.
 
Staatsobligatie
Een staatsobligatie is een obligatie die uitgegeven wordt door een overheid.

*Een staatsobligatie wordt ook wel staatslening genoemd. Vaak geldt de overheid als zeer kredietwaardige debiteur waardoor de rentevergoeding verhoudingsgewijs laag is
 
Sterfteresultaat
Het resultaat (winst of verlies) dat bij verzekeringsmaatschappijen ontstaat als meer of minder mensen overlijden dan waarop werd gerekend op grond van de gekozen kanstabellen (bijv. de sterftetafels).

*Sterftewinst ontstaat bijvoorbeeld bij een verzekeraar met een portefeuille van overlijdensrisicoverzekeringen als de verzekerden gemiddeld langer leven dan volgens de sterftetafels ingeschat is. Er hoeft dan minder uitgekeerd te worden dan vooraf ingeschat waardoor sterftewinst ontstaat.
 
Sterfterisico
Het sterfterisico is het risico voor een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij, dat er financieel nadeel optreedt als gevolg van sterftecijfers die gemiddeld hoger of lager zijn dan werd verwacht.

*Het pensioenfonds of de verzekeraar ontleent de sterfteverwachting aan de gehanteerde sterftetafels. Het sterfteresultaat (winst of verlies) dat bij verzekeringsmaatschappijen ontstaat als meer of minder mensen overlijden dan waarop werd gerekend op grond van de gekozen kanstabellen (bijv. de sterftetafels).
 
Sterftetafel
Een sterftetafel is een overzicht waarin statistische gegevens vermeld staan met betrekking tot sterftecijfers.

*Denk hierbij aan een overzicht waarin voor alle leeftijden de statistische sterftekans weergegeven staat. Deze sterftetafels worden door pensioenfondsen en verzekeraars gebruikt om de risico's van de uitstaande pensioenen en (levens)verzekeringen in te schatten. Deze sterftetafels zijn ook zeer belangrijk bij het bepalen van de hoogte van de premie van een pensioen of verzekering.
 
Straddle
Een straddle is een optiecombinatie waarbij door de belegger zowel een call-optie als een put-optie wordt gekocht (long straddle) of verkocht (short straddle) met dezelfde uitoefenprijs en dezelfde uitoefenmaand.
 
*Een straddle is een optiecombinatie waarbij door de belegger zowel een call-optie als een put-optie wordt gekocht (long straddle) of verkocht (short straddle) met dezelfde uitoefenprijs en dezelfde expiratiedatum.

Op het moment dat de opties gekocht worden (long straddle), verwacht de belegger een hele grote koersschommeling in de onderliggende waarde, waarbij alleen de richting nog niet bekend is. Deze strategie wordt nog wel eens toegepast vlak voordat er belangrijke cijfers gepubliceerd worden die een groot effect op de koers van een aandeel zouden kunnen hebben.

Op het moment dat de opties geschreven worden (short straddle) verwacht de belegger juist een hele stabiele koersontwikkeling van de onderliggende waarde.

Successiewet
De Successiewet regelt de belastingheffing bij de overgang van vermogen door overlijden of schenking.



Tijdelijk dienstverband
Een tijdelijk dienstverband houdt in dat u bij uw werkgever een contract heeft met een (vaste) einddatum.

*Er zijn 2 vaak genoemde redenen om voor een tijdelijk dienstverband te kiezen. De eerste reden is dat de werkzaamheden waarvoor de werknemer aangenomen is een einddatum kennen (bijv. project). Het dienstverband wordt dan vaak niet verlengd na de afgesproken termijn. Een meer voorkomende reden is dat werkgever en werknemer gedurende het tijdelijke dienstverband kunnen kijken of de samenwerking bevalt. Op het moment dat dit het geval is, wordt een dienstverband dan vaak omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Op het moment dat de samenwerking niet bevalt, is het eenvouding om het dienstverband na de contractperiode (ook eenzijdig) op te zeggen.

Op het moment dat u een lening aangaat (consumptief of hypotheek), kijkt de kredietverstrekker altijd naar de stabiliteit van uw inkomen. Hierbij geldt dat de meeste instellingen inkomen uit een tijdelijk dienstverband alleen mee zullen nemen in hun calculaties indien er een intentieverklaring van de werkgever verkrijgbaar is. Dit houdt in dat de werkgever officieel op schrift aangeeft dat de intentie aanwezig is om het tijdelijke dienstverband voort te zetten of om te zetten in een vast dienstverband.
 
Tijdelijk nabestaandenpensioen
Een tijdelijk nabestaandenpensioen is een tijdelijke verhoging van het nabestaandenpensioen voor de partner.

*Het tijdelijk nabestaandenpensioen eindigt meestal op de vijfenzestigste verjaardag van de pensioengerechtigde. Na die verjaardag geldt voor de gerechtigde een lager belastingtarief en bovendien hoeven dan geen premies voor sociale verzekeringen meer te worden betaald. Het tijdelijk nabestaandenpensioen is vaak bedoeld om tot die verjaardag de inkomenseffecten van het hogere belastingtarief en de premieplicht op te vangen.
 
Tijdsevenredig ouderdomspensioen
Op het moment dat een pensioengerechtigde zijn deelneming aan een pensioenregeling beëindigt voor de pensioendatum, heeft de pensioengerechtigde vaak recht op het opgebouwde ouderdomspensioen. Dit wordt een tijdsevenredig ouderdomspensioen genoemd.

*Het tijdsevenredig ouderdomspensioen bestaat uit het verschil tussen het ouderdomspensioen dat de gewezen deelnemer zou hebben gekregen als hij zou hebben deelgenomen tot de pensioendatum, en het ouderdomspensioen dat hij zou hebben gekregen als hij zou hebben deelgenomen vanaf het tijdstip waarop zijn deelneming eindigde tot de pensioendatum. Bij kapitaalovereenkomsten of premieovereenkomsten houdt de pensioengerechtigde recht op het kapitaal dat tot op de ontslagdatum is opgebouwd.
 
Tracker
Een tracker is een (meestal beursgenoteerd) beleggingsfonds dat als doel heeft zo goed mogelijk een bepaalde index te kopiëren.

*Een tracker is in feite een aandeel op een index dat zo nauwkeurig mogelijk de koersontwikkeling van een index volgt, inclusief de dividenduitkering. Het beleggen in trackers wordt daarom ook wel een vorm van indexbeleggen genoemd. Binnen een tracker worden normaal gesproken minder kosten doorberekend dan bij normale beleggingsfondsen. Vooral voor beleggers die niet geloven dat het mogelijk is de index te verslaan door het volgen van een beleggingsstrategie, is het beleggen in trackers heel geschikt.
 
Triple A (AAA)
Triple A is een kredietrisico code die wordt gehanteerd voor schuldpapieren van ondernemingen met het laagste kredietrisico (risico op faillisement).

*In de wereld is een aantal credit agencies (kredietbeoordelaars) actief die ondernemingen beoordeelt op kredietrisico. De bekendsten zijn Standard & Poor's en Moody's. De classificatie gebeurt met behulp van letters (en soms cijfers). Dit gaat van AAA voor de bedrijven met het laagste risico tot D (single D) voor bedrijven met een zeer hoog risico. Deze ratings zijn zeer belangrijk, zowel voor bedrijven als voor beleggers. Voor bedrijven geldt dat je met een AAA status veel goedkoper kunt lenen dan wanneer je een slechtere rating hebt. Voor beleggers geldt dat schuldpapieren (zoals obligaties) dankzij deze ratings veel beter beoordeeld kunnen worden.



Uitruil van pensioenrechten
Onder uitruil van pensioenrechten, verstaan wij de mogelijkheid voor deelnemers aan een pensioenregeling om te kiezen tussen nabestaandenpensioen of een hoger (of eerder ingaand) ouderdomspensioen.

*Sinds 1 januari 2002 bestaat het recht op uitruil van pensioenrechten. Dit betekent dat iemand, op het moment dat hij met pensioen gaat, de aanspraak op een nabestaandenpensioen kan omzetten in een hoger ouderdomspensioen. Ook kan hij met deze mogelijkheid tot uitruil besluiten om eerder met pensioen te gaan.

Het omzetten van nabestaandenpensioen voor ouderdomspensioen is met name interessant als de pensioengerechtigde geen partner heeft. Maar ook als er wel een partner is die meer dan voldoende eigen inkomsten heeft, kan uitruil heel interessant zijn. Het recht op uitruil geldt alleen voor pensioenrechten die na 1 januari 2002 zijn opgebouwd.
 
Uitvaartverzekering
Een uitvaartverzekering is een verzekering die uitkeert bij het overlijden van de verzekerde. De uitkering van de uitvaartverzekering wordt gebruikt om de uitvaart te betalen.
 
Unisex-tafel
Speciale sterftetafel die, onafhankelijk van het geslacht, over een bepaalde waarnemingsperiode de sterftekans per leeftijd aangeeft. Unisex-tafels komen in het licht van wettelijke voorgeschreven gelijke behandeling van man en vrouw in pensioen-regelingen steeds vaker in gebruik. Deze tafels worden met name gebruikt bij pensioenen en levensverzekeringen.
 
Universal Life
Verzekeringsconstructie waarbij iedere maand het overlijdensrisicogedeelte van de verzekering opnieuw wordt berekend. Uitgangspunten bij de universal life berekening zijn de opgebouwde waarde in de polis en de leeftijd van de verzekerde ten opzichte van het verzekerde bedrag



Variabele rente
Variabele rente is een rentesoort waarbij geen rentevaste periode afgesproken wordt.

*De rente varieert dus altijd en volgt exact de marktrente (bijv. een Euribor tarief). Een variabele rente kan per dag, maand, kwartaal of per half jaar worden vastgesteld. Het tegenovergestelde van een variabele rente is een vaste rente .

De mogelijkheid van een variabele rente wordt in een groot aantal financiele producten aangeboden, bijvoorbeeld bij hypotheken of een consumptief krediet.
 
Vaste indexatie
Vaste indexatie is indexatie volgens een vooraf vastgesteld, vast percentage.

*Dit percentage is dus niet gerelateerd aan de beweging van een loon- of prijsindex. Indexatie wordt met name gebruikt bij pensioenen. Indexatie vindt plaats om de gevolgen van inflatie (deels) op te vangen.
 
Vaste rente
Vaste rente houdt in dat de hoogte van de te betalen of te ontvangen rente voor een vooraf bepaalde periode vaststaat, ongeacht de eventuele wijzigigingen in de marktrente.

*De gekozen looptijd voor deze vaste rente, wordt de rentevastperiode genoemd. Voordeel van een vaste rente is dat de rentelasten (bij een hypotheek of krediet) of de rente-opbrengst (bij een spaarvorm) vaststaan. Het biedt dus zekerheid.
 
Vastrentende waarden
Vastrentende waarden zijn effecten waarbij gedurende de looptijd een vast bedrag aan rente uitgekeerd wordt en waarbij aan het eind van de looptijd de hoofdsom terugbetaald wordt. Voorbeelden van vastrentende waarden zijn obligaties en spaarbewijzen.
 
Vega van een optie
De vega van een optie geeft aan hoeveel de waarde van de optie naar verwachting zal veranderen op het moment dat de (implied) volatility van de optie wijzigt.

*De theta geeft dus de gevoeligheid van de prijs van een optie weer op een wijziging in de verwachte beweeglijkheid van de onderliggende waarde.
 
Verblijvingsbeding
Een verblijvingsbeding is een overeenkomst waarin wordt afgesproken dat de goederen, die gemeenschappelijk eigendom zijn van twee of meerdere personen, na het overlijden van één van de personen aan de andere(n) gaan toebehoren.

*Het verblijvingsbeding wordt vaak gebruikt door partners. Bedoeling van het verblijvingsbeding is dat de gemeenschappelijke bezittingen na het overlijden van een partner automatisch volledig eigendom van de andere partner worden. Een verblijvingsbeding is onder het nieuwe erfrecht aantastbaar door legitimarissen (meestal de kinderen).
 
Vereniging van Effectenbezitters
De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) is een belangenvereniging voor beleggers.

*De Vereniging van Effectenbezitters is opgericht in 1924. Momenteel heeft de Vereniging van Effectenbezitters ongeveer 40.000 leden. De Vereniging van Effectenbezitters is met name bekend doordat de voorzitter namens de aangesloten beleggers regelmatig naar buiten treed in de pers en regelmatig het woord neemt op aandeelhoudersvergaderingen. Dat is ook een belangrijke kracht van de Vereniging van Effectenbezitters: aangezien er een groot aantal beleggers is aangesloten, kan de Vereniging van Effectenbezitters invloed uitoefenen op het moment dat het belang van de particuliere aandelenbelegger in het geding is.
 
Verevenen pensioenrechten
Verevening houdt in dat bij scheiding de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken volgens de systematiek van de wet verevening pensioenrechten bij scheiding verdeeld worden.

Vermogensbeheer
Onder vermogensbeheer verstaan wij het beheer van vermogens van derden door gespecialiseerde organisaties op personen (vermogensbeheerders).

*Vermogensbeheer kan op individuele basis plaatsvinden, maar ook collectief. Bij collectief vermogensbeheer wordt het vermogen van meerdere beleggers samengevoegd. Denk hierbij aan beleggingsfondsen.

Vermogensbeheerder
Een vermogensbeheerder is een persoon of een organisatie die het vermogen beheert van derden.

*In Nederland worden strenge eisen gesteld aan vermogensbeheerders. Een vermogensbeheerder moet aan allerlei eisen voldoen (kennis, integriteit, financiele huishouding) om een vergunning als vermogensbeheerder te kunnen verkrijgen.
 
Verplichtstelling pensioenregeling / collectieve pensioenregeling
In Nederland geldt dat iedereen die in dienst is van een werkgever met een pensioenregeling hieraan moet deelnemen. Hiermee wordt zeker gesteld dat iedereen zoveel mogelijk aanvullend pensioen naast het recht op AOW opbouwt
 
Verplichtstellingsbeschikking
Een verplichtstellingsbeschikking is een beschikking die aan bedrijven in een bepaalde bedrijfstak de verplichting oplegt om deel te nemen aan een bedrijfspensioenfonds.

*De minister van SZW kan zo'n beschikking treffen na een verzoek van een naar zijn oordeel voldoende representatieve vertegenwoordiging van het georganiseerde bedrijfsleven in een bepaalde bedrijfstak. Alvorens een verplichtstellingsbeschikking te treffen, overlegt de minister van SZW met onder andere de sociaal economische raad (SER) en de verzekeringskamer. Een verplichtstellingsbeschikking kan betrekking hebben op alle bedrijfsgenoten (degenen die in de desbetreffende bedrijfstak werkzaam zijn) of op bepaalde groepen van bedrijfsgenoten
 
Verzekerde
De verzekerde is bij een levensverzekering degene op wiens leven de verzekering afgesloten wordt.
 
Verzekeringnemer
De verzekeringnemer is degene met wie de verzekeringsmaatschappij de verzekeringsovereenkomst aangaat.
 
Verzekeringspremie
De verzekeringspremie is de vergoeding die (meestel in periodieke betalingen) betaald dient te worden voor een verzekering.



Waardeoverdracht
Waardeoverdracht is het overdragen van opgebouwde pensioenrechten van de ene pensioenregeling naar de andere.

*Bij het wisselen van werkgever, kunnen de opgebouwde (contante) waarde van pensioenaanspraken overgedragen worden van de oude pensioenregeling naar de nieuwe. Waardeoverdracht wordt gedaan om pensioenverlies te voorkomen wanneer een werknemer van pensioenregeling wisselt. Wanneer de pensioenregeling van de nieuwe werkgever slechter is, dan kan overdracht ongunstig zijn. De pensioenaanspraken worden daartoe afgekocht door de instelling die de pensioenregeling van de oude werkgever uitvoert, en het afkoopbedrag wordt vervolgens rechtstreeks overgedragen aan de instelling die de pensioenregeling van de nieuwe werkgever uitvoert. De werknemer koopt daarmee bij die instelling pensioenaanspraken in.
 
Waardevast pensioen
Onder een waardevast pensioen wordt een pensioen verstaan waarbij de pensioenaanspraak jaarlijks verhoogd worden met het percentage waarmee de prijzen zijn gestegen.
 
Wachttijd
Onder wachttijd verstaan wij hier de periode waarin een werknemer moet wachten om te kunnen deelnemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever.

*De wachttijd mag in de nieuwe Pensioenwet voor het ouderdomspensioen maximaal 2 maanden bedragen. De pensioenregeling mag helemaal geen wachttijd bevatten voor het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen. Deze nieuwe bepalingen voor de wachttijd gaan in op 1 januari 2008.
 
WAO
WAO is de afkorting van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de voorloper van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, de WIA.
 
Weduwenpensioen / weduwnaarspensioen
Het weduwenpensioen / weduwnaarspensioen is een vorm van nabestaandenpensioen, dat doorgaans levenslang wordt uitgekeerd aan de nabestaande van een deelnemer aan een pensioenregeling.
 
Welvaartsvast pensioen
Onder een welvaartsvast pensioen wordt een pensioen verstaan waarbij de pensioenaanspraak jaarlijks verhoogd worden met het percentage waarmee de prijzen zijn gestegen.
 
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
De Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) was de voorloper van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, de WIA.
 
Wet Financiële Toezicht
De Wet Financiële Toezicht is een wet waarin de regels beschreven staan die van belang zijn voor het aanbieden van, het bemiddelen in en het adviseren over financiële producten aan consumenten en - in het geval van verzekeringen - ook aan bedrijven.
 
Wet verevening pensioenrechten scheiding
De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding regelt de verevening van het opgebouwde ouderdomspensioen op het moment dat een echtscheiding plaatsvind.

*De Wet verevening pensioenrechten is op 1 mei 1995 in werking getreden. Deze wet is van toepassing op (ex)gehuwden en (ex)geregistreerd partners. Volgens deze wet hebben beide ex-partners recht op de helft van het ouderdomspensioen dat in de periode tussen sluiting van het huwelijk (geregistreerd partnerschap) en de scheiding is opgebouwd.
 
Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen
De Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen is de vervanger van de WAO. In deze Wet wordt beschreven hoe werkgevers, werknemers en overheid om moeten gaan met de arbeidsongeschiktheid van werknemers.

*Bij de WIA draait alles om het 'werken naar vermogen' . Dit houdt in dat het er niet meer om gaat wat je niet kan maar om wat je wel kan. Werknemers en werkgevers worden met financiële prikkels gestimuleerd er alles aan te doen om gedeeltelijk arbeidsgeschikten aan het werk te helpen of te houden.
 
Wezenpensioen
Onder wezenpensioen wordt het nabestaandenpensioen verstaan dat de kinderen van een deelnemer van een pensioenfonds ontvangen als hij of zij komt te overlijden.

*De kinderen ontvangen het wezenpensioen tot het bereiken van een bepaalde leeftijd, meestal tot 21 tenzij ze studeren dan tot 27.
 
WFT
WFT is de afkorting van Wet Financiële Toezicht.
 
WIA
WIA is de afkorting van Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen.
 
Window dressing
Window dressing is het aanbrengen van wijzigigingen in een effectenportefeuille zodat aan het einde van het jaar bij de eindejaarsrapportage vooral goedpresterende fondsen over zijn

*Vermogensbeheerders en fondsbeheerders maken zich nog wel eens schuldig aan window dressing. Hierbij worden de slechtst presterende fondsen vlak voor de einde jaars rapporten verkocht en de best presterende fondsen aangekocht. Het lijkt dan net of de beheerder gedurende het jaar de juiste beleggingskeuzes gemaakt heeft.







Yield
De yield is de Engelse term voor het rendement op effecten (zoals dividend of rente) uitgedrukt in een percentage.

*Alhoewel het woord yield dus ook wel gebruikt wordt om het dividendrendement weer te geven, wordt de term toch met name bij obligaties gebruikt.
 
Yield-curve
Grafiek waarin het verband wordt aangegeven tussen de korte en de lange rente, meestal bij staatsleningen.

*De korte rente ligt doorgaans lager dan de lange rente, omdat een geldschieter bij een lange termijn meer risico loopt. De lijn hoort dus te stijgen.



Zero bond
Een zero bond is een obligatie die geen rente uitkeert.

*Een zero bond wordt uitgegeven en verhandeld beneden pari. Het rendement zit hem in het feit dat de zero bond op de aflossingsdatum uitgekeerd wordt tegen de nominale waarde. Het verschil tussen de uitgifteprijs (of de prijs op de markt) en de nominale waarde is dus het rendement. 

Zuivere pensioenregeling
Onder een zuivere pensioenregeling wordt een pensioenregeling verstaan, die binnen het wettelijke kader blijft van artikel 18 tot en met 18h van de Wet op de Loonbelasting en die wordt uitgevoerd door een toegelaten pensioenuitvoerder als bedoeld in artikel 19a van de Wet op de Loonbelasting. Bij een zuivere pensioenregeling geldt de zogenaamde omkeerregel; de verkregen aanspraak wordt niet belast, de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering wel.
 


ATM advocaten
Utrecht
 


Das Rechtsbijstand

Rechtsbijstand

Pensioenschade.nl | Birkstraat 101 a | 3768 HD Soest | T 035-5882030 | F 035-5882029 | info@pensioenschade.nl